Afhankelijk van wat en hoeveel je wilt weten, kun je verschillende typen vragen gebruiken om een gesprek te sturen. Het type vraag is namelijk bepalend voor de inhoud en diepgang van de antwoorden. Hieronder vind je zeven vraagtypen en wanneer je ze inzet.

De open vraag
De open vraag gebruik je meestal bij de start van een nieuw onderwerp; hij stimuleert tot nadenken en geeft de ander de ruimte om zelf de hoeveelheid en waarde van de informatie te bepalen. Daarmee geeft hij ook inzicht in wat de ander belangrijk vindt. Een open vraag begint met hoe, wat, waarom of welke. Bijvoorbeeld: “hoe heb je de klacht afgehandeld?” of “wat vind je van je nieuwe werkomgeving?”
De gesloten vraag
Met een gesloten vraag dwing je de ander tot een keuze: wel of niet, ja of nee. Een gesloten vraag begint altijd met een werkwoord, bijvoorbeeld: “heb je gebeld?”, “ben je er morgen?” of “doe je mee?”
De gerichte vraag
De gerichte vraag lijkt op de open vraag, maar is sturend. Je opent er zelden een gesprek mee; je gebruikt hem juist om specifieke, feitelijke informatie te krijgen, vaak als vervolgvraag. Er is meestal maar één juist antwoord mogelijk en de antwoorden zijn kort. Een gerichte vraag begint met wie, wat, waar, wanneer, welke, hoeveel of hoelang. Bijvoorbeeld: “wie heb je gebeld?” of “wanneer heb je de klant gesproken?”
De reflecterende vraag
Met de reflecterende vraag motiveer je de ander om dieper op de materie in te gaan. Bijvoorbeeld. Iemand zegt: “ik heb moeite met mijn collega.” Jij vraagt: “waar heb je precies moeite mee?” Antwoord: “dat ze niet naar me luistert.” Jij: “waar luistert ze dan niet naar?” Zo kom je samen tot de kern. Dit sluit nauw aan op actief luisteren.
De keuzevraag
In de keuzevraag zitten de mogelijke antwoorden al besloten. Het nadeel is dat de ander weinig ruimte heeft; de vraag is zo gericht dat hij meer op manipulatie lijkt dan op een echte vraag. Bijvoorbeeld: “doe je het vandaag of morgen?” of “kan ik op je rekenen of niet?”
De suggestieve vraag
In de suggestieve vraag ligt jouw antwoord al besloten. Je gebruikt hem eerder om de ander uit de tent te lokken of een bevestiging van je eigen voorstel te krijgen. In coaching gebruik je hem zelden, tenzij je de ander er echt mee helpt. Bijvoorbeeld: “je bent er morgen natuurlijk wel bij, hè?”
De retorische vraag
Een retorische vraag is geen echte vraag, maar een bewering in de vorm van een vraag, waar geen antwoord op wordt verwacht. Hij kan stimulerend werken, maar ook verzet oproepen, bijvoorbeeld: “ben je niet trots op jezelf?” Een variant is de hypothetische vraag, waarin een aanname verborgen zit: “heb je alweer pauze genomen?”
Betere vragen, betere gesprekken
Een coach helpt je je vraag- en gesprekstechnieken aan te scherpen. Wij koppelen je aan een coach die bij je past, met 100% klikgarantie.
Veelgestelde vragen over type vragen
Welke typen vragen zijn er?
De belangrijkste zijn de open vraag, de gesloten vraag, de gerichte vraag, de reflecterende vraag, de keuzevraag, de suggestieve vraag en de retorische vraag. Elk type stuurt de inhoud en diepgang van het antwoord.
Wat is een open vraag?
Een open vraag begint met hoe, wat, waarom of welke, en geeft de ander de ruimte om zelf de inhoud te bepalen. Je gebruikt hem vaak aan het begin van een onderwerp om tot nadenken te stimuleren.
Wat is het verschil tussen een open en een gesloten vraag?
Een open vraag nodigt uit tot een uitgebreid antwoord en begint met een vraagwoord. Een gesloten vraag begint met een werkwoord en dwingt tot een korte keuze: ja of nee, wel of niet.
Wanneer gebruik je een reflecterende vraag?
Een reflecterende vraag gebruik je om iemand dieper op de materie in te laten gaan, door door te vragen op wat hij net zei. Zo kom je samen tot de kern.
Zijn suggestieve vragen geschikt voor coaching?
Meestal niet. Bij een suggestieve of keuzevraag ligt het antwoord al besloten, wat eerder op sturen of manipuleren lijkt dan op een echte vraag. In coaching gebruik je vooral open en reflecterende vragen.